Browsing Tag

kunstgeschiedenis

Gedicht Gezien & Gelezen

Reünie in Museum More met 7 kunsthistorici van het jaar 1977

4 december 2016

reünie in Museum More een warm bad

Vorig weekeinde had ik een reünietje met een zevental oud-studiegenoten. Allemaal zijn we in 1977 begonnen aan de studie kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, waarover ik eerder schreef.

Al veertig jaar zijn we in min of meerdere mate met elkaar in contact gebleven. Met z’n zevenen trokken we anderhalve dag samen op. We haalden herinneringen op, bespraken toekomstplannen, genoten van kunst en natuur, van de maaltijd en van elkaar.

Ook al had ik alleen een douche tot mijn beschikking, toch genoot ik van een warm bad.

een soort van familie

Er zijn onverbrekelijke relaties gesmeed. Een van de aanwezige vrouwen is de moeder van de halfbroer van mijn kinderen. Zo kan het gaan. Je ontmoet elkaar in de collegebanken en voor je het weet ben je een soort familie van elkaar.

kunsthistorici bezoeken natuurlijk een museum

Kunsthistorici onder elkaar gaan natuurlijk naar een museum. We bezochten het nieuwe MORE in het Achterhoekse plaatsje Gorssel. Het museum zet zichzelf in de markt als het grootste museum voor Nederlands Modern Realisme.

Zakenman Hans Daniël Melchers liet het museum bouwen om zijn eigen kunstverzameling in onder te brengen. Een groot deel is afkomstig uit de voormalige collectie van Dirk Scheringa, oprichter van de DSB-bank.

In het prachtige MORE zagen we naast de vaste collectie ook twee tijdelijke tentoonstellingen: “Johan van Hell – Op klare toon” en “Isabella Werkhoven – Enchanted“. Van Hell leefde en werkte tussen 1889-1952 en Van Werkhoven is een contemporain kunstenaar, geboren in 1969.

Van beiden zagen we ijzersterk werk.

lekker lang kijken met kenners

We verspreidden ons over de zalen en kwamen hier en daar weer samen. We bespraken het werk, zoals kunsthistorici dat doen. Het objectieve en het subjectieve oordeel worden strikt van elkaar gescheiden. Professioneel wordt de kwaliteit van de kunstwerken gemeten aan de hand van compositie, coloriet, originaliteit, etc. terwijl er ook plaats is voor een waardering, waarbij de persoonlijke smaak doorslaggevend is.

Zo fijn, dat je met mede-kunsthistorici lekker lang kunt kijken.

gedicht

Ik legde mijn ervaringen en gevoelens vast in een gedicht met werken uit het museum als inspiratie. Het was 25 november 2016, de dag dat Fidel Castro stierf.

de dag dat fidel stierf

 

reünie in Museum More

Johan van Hell, Schaatsenrijders, 1919

op de dag dat fidel stierf
gaan we rond in cirkels
rond en rond en rond

willen we ons bevrijden
uit de kring
moeten we
uit de band springen

reünie in Museum More

Isabella Werkhoven, Cosmic Wood II, 2008

in het magische bos
verbeelden de in het duister opdoemende
ballonnen van licht en lucht
degenen
die naar gene zijde zijn gegaan

reünie in Museum More

Johan van Hell, Viskar, 1926

op de dag dat fidel stierf

zien wij een viskar
en een vleeskar

reünie in Museum More

Johan van Hell, De Glazenwasser, 1927

een glazenwasser
en stratenmakers

reünie in Museum More

Johan van Hell, De Schuitenvoerder

en niet te vergeten
die schuitenvoerder
die zich stroef afzet
tegen de kade
waarlangs huizen
met strak gepunte daken
verrijzen

de stok als steun
en toeverlaat
zien wij
vermenigvuldigd met mededogen
bij onze metgezel

reünie in Museum More

Johan van Hell, Man met Sandwichbord, 1922

zoals de man met sandwichbord
 tonen wij wie wij waren
evenals wie wij nu zijn

reünie in Museum More

Jan Mankes, Avondschemering (Woudsterweg), 1914

en hoe wij aflegden
onze weg
tussen gister en vandaag

reünie in Museum More

Jan Mankes, Gemberpot met dopheide, 1916

wij, van de generatie
die zich nog de gemberpot
op de schoorsteenmantel
van onze grootouders herinneren
al dan niet met dopheide of chrysanten

reünie in Museum More

Johan van Hell, De mattenklopsters, 1935

ik klop mijn kleed
mijn handen fier in de zij
stof dwarrelt neer
op een andere plek

met een schoon geweten
kijk ik jullie recht in het gezicht

reünie in Museum More

Raoul Hynckes, De haas, 1946

terwijl wij wild eten
met de haas van Raoul Hynckes
voor ogen
zit ik vleugellam
aan de dis

reünie in Museum More

Wim Schuhmacher, Dode meeuw op het strand, 1936

als een dode meeuw op het strand

door drank en indrukken
op de hielen gezeten

reünie in Museum More

Charley Toorop, Portret van Annetje Fernhout, 1925

door beelden
-portretten-
van bijna een halve eeuw her

de dag dat fidel stierf
ga ik in cirkels rond
en rond en rond

het zwoele “graag tot ziens”
nog in de oren.

Persoonlijk & Intiem

Rijksuniversiteit Leiden: mijn universiteitsstad

13 april 2015
Rijksuniversiteit Leiden. Academiegehouw.

kunstgeschiedenis studeerde ik

Vorige week deed mijn dochter met honderden andere eindexamenleerlingen uit het hele land een zogenaamde examentraining in Leiden. Ik zette haar af op de Cleveringaplaats, grenzend aan de Doelensteeg, waar op nr. 16 het foeilelijke Johan Huizingagebouw staat.

Rijksuniversiteit Leiden. Johan Huizingagebouw.

Daarin zetelt de vakgroep Kunstgeschiedenis, het vak dat ik van 1977-1984 studeerde in diezelfde stad Leiden.

Ik heb meegemaakt dat het Johan Huizingagebouw in gebruik werd genomen, hoewel ik mij niet meer herinner of het toen al zo heette.

Ontheemd bracht ik er het laatste jaar van mijn studie door. Gekluisterd aan het kopieerapparaat, waarmee ik mijn scriptie vermenigvuldigde.

copy-paste anno 1983

Het getypte origineel van mijn scriptie was ongeveer 2,5 keer zo dik als de gekopieerde versies. Copy-paste anno 1983 was niet zo eenvoudig. Stel, ergens midden in een hoofdstuk moesten een paar zinnen worden toegevoegd. Dan had je twee opties. Het mooiste was om het hele hoofdstuk over te typen. Maar gaandeweg werd je daar helemaal wanhopig van en kwam optie twee in beeld. Het blad waar tekst bij moest werd in 2-en geknipt en de twee delen werden vervolgens op een nieuw vel papier geplakt, daarbij ruimte latend voor de noodzakelijke extra regels. Het was daarna nog een hele klus om het dubbel zo dikke vel voorzichtig in de typemachine te draaien en de nieuwe tekst precies op de juiste plaats en evenwijdig aan de overige tekst in te typen.

Ik herinner me dat op sommige bladzijden de regels over het papier leken te golven. Niemand die daar een probleem van maakte, want het was een algemeen gebruikte methode.

Dit plak- en knipwerk ramde je vervolgens ook niet ff door het kopieerapparaat heen. Elke bladzij werd afzonderlijk en zorgvuldig op de glasplaat gelegd. Klepje open, klepje dicht, klepje weer open, klepje weer dicht, enz.

Tja, toch wel grappig dat het Johan Huizingagebouw dit soort herinneringen bij me triggert.

Mijn knip-en plak- en kopieerherinneringen roepen geen gevoelens van irritatie op. Integendeel. Ik herbeleef de rust van toen. De aandacht waarmee je kopieerde. Een plastic bekertje met koffie binnen handbereik en af en toe even naar buiten om een sigaretje te roken.

Wel herbeleef ik het gevoel van ontheemding. Ik had geen colleges meer. Werkte eenzaam en alleen stug aan mijn scriptie. Af en toe naar Leiden om de voortgang te bespreken met de begeleidende hoogleraar en om te kopiëren dus. Dat was het zo’n beetje.

Het einde van de studie naderde. Ik zag nieuwe studenten door de gangen lopen, die ik niet kende. Ik hoorde er al niet meer helemaal bij. Daar werd ik triest en weemoedig van.

generatie X

Daarbij kwam dat de vooruitzichten op werk na de studie ook niet erg rooskleurig waren. Ik behoor tenslotte tot de Generatie X, geboren tussen 1956 en 1970.

De samenleving waarmee wij als jongvolwassenen geconfronteerd werden, stemde niet erg vrolijk. Er was een economische crisis van heb ik jou daar aan de gang. Je moest knokken voor een baantje. En doemdenken was in de mode.

Het doemscenario van werkloos worden, hing als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.

a trip down memory lane

Rijksuniversiteit Leiden. Lipsiusgebouw.

Lipsiusgebouw

Voordat het Johan Huizingagebouw in gebruik werd genomen, samen met al die andere nieuwe gebouwen, zoals het naastgelegen Lipsius en de nieuwe Universiteitsbibliotheek op de Witte Singel, bracht ik mijn studietijd voornamelijk door in statige panden aan het statige Rapenburg.

Rijksuniversiteit Leiden. Universiteitsbibliotheek

Universiteitsbibliotheek in gebruik sinds 1983.

Rapenburg 70 was toen het adres van de Universiteitsbibliotheek. Het Archeologisch Instituut lag een eind verder, richting Museum van Oudheden. Je studeerde in die dagen Kunstgeschiedenis en Archeologie en pas na je Kandidaats koos je een definitieve richting.

Rijksuniversiteit Leiden. Oude universiteitsbibliotheek.

Oude Universiteitsbibliotheek op Rapenburg 70

Aan de kant van het Academiegebouw lag het Prentenkabinet, waar op de zolder een tentoonstelling was ingericht over fotografie en waar colleges werden gegeven temidden van oude fotocamera’s. Grafische technieken leerde ik aan de hand van originele etsen, litho’s en zeefdrukken.

Hoorcolleges volgde ik in het Academiegebouw, het gebouw der gebouwen van Rijksuniversiteit Leiden. De grote collegezaal had de mogelijkheid om dia’s te vertonen en dat was onontbeerlijk bij de colleges Kunstgeschiedenis. Het was dus onze vaste stek.

Rijksuniversiteit Leiden. Academiegehouw.

Het Academiegebouw

Boven de zaal lag de projectiekamer met een groot professioneel dia-apparaat. Regelmatig (zeker een keer per college) liep een van de dia’s vast. Dan rende een student naar boven om het zaakje weer vlot te trekken. In ons jaar was dat meestal regelneef Paul Zeegers. Hij had een vaste plaats aan het einde van een bankenrij.

Het Kunsthistorisch instituut was gevestigd in de Kloksteeg. Op nr. 25 recht tegenover de Pieterskerk. Centraal in het pand lag de statige studiezaal met bibliotheek en rondom galerijen volgestouwd met boeken. Vanaf de galerijen had je een prachtig zicht op de hele zaal.

Tegenwoordig is Kloksteeg 25 een restaurant: Het Prentenkabinet. Historisch is deze naam dus niet juist, want het Prentenkabinet lag aan het Rapenburg.

Rijksuniversiteit Leiden. Kloksteeg 25. Nu restaurant, voorheen Kunsthistorisch Instituut.

Kloksteeg 25. Nu restaurant, vroeger de studiezaal van het Kunsthistorisch Instituut.

ze kenden je bij naam

De boeken stonden niet alleen in de centrale bibliotheek, maar ook in de kamers van de professoren en docenten. Het was wel eng om zo’n kamer (nooit bezigden we het woord kantoor) binnen te moeten als je een bepaald boek nodig had. Meestal stonden de deuren open, dat scheelde. Als de schroom eenmaal was overwonnen, was daar de unieke situatie dat je in die kamer niet alleen boeken aantrof, maar ook de expert op een bepaald vakgebied. Of het nu de vermaarde éminence grise professor Th.H. Lunsingh Scheurleer (hij was de enige die wij nooit bij de voornaam noemden) of onze bijna leeftijdgenoot Chris Rehorst was, ze hadden allemaal tijd voor je. Ze toonden belangstelling. Ze kenden je bij naam.

Zo ontstonden onvergetelijke gesprekken over kunst.

pas op, kijk uit

Soms kan ik me zo opwinden over de plannen om in het onderwijs steeds meer gebruik te gaan maken van computers, ipads en smartphones.

ipads in de klas

Pas op, kijk uit!

Niets kan de bevlogenheid van de leraar vervangen.

Tuurlijk, computers, ipads en smartphones kunnen best hun bijdrage leveren aan goed onderwijs.
Maar wat gun ik de nieuwe generatie leerlingen en studenten de aandacht, tijd en eruditie die mij en mijn generatiegenoten ten deel vielen.

tiendejaars

En wat konden we er lang over doen, over de studie. Wij hadden zelfs een tiendejaars. Deze student was van rijke komaf. Zijn ouders betaalden zijn studie. Van huis uit minderbedeelden kregen een ruime studiebeurs, waarvan 60 procent een schenking was en 40 procent bestond uit een renteloze lening, naar draagkracht in maximaal 15 jaar terug te betalen. Maar die beurs kreeg je natuurlijk niet tot in het oneindige. Zo’n feest was het nu ook weer niet.

Die tiendejaarsstudent was een fantastische kerel. Wij zaten samen in de groep die begin 80-ger jaren op studiereis naar Rome ging (maar liefst drie verplichte buitenlandse reizen maakten toen deel uit van de studie!).

houten spanners voor schoenen

In de chaos van een slaapcoupé met vier studenten, opende hij ’s-ochtends, na een doorwaakte nacht, een bescheiden koffertje met daarin zijn schoenen, die in vorm werden gehouden door krachtige spanners. Het waren donkerrode schoenen met van die kak-kwastjes. Elke ochtend werden ze door hem met zorg gepoetst, dus ook in de trein naar Rome. Tijdens het poetsen hield hij een discours over de beste poetstechnieken, over het enige juiste merk schoensmeer, over de kleur ossenbloed.

Ondertussen reciteerde een andere coupégenoot gedichten uit Les Fleurs du Mal en werden de van de vorige avond overgebleven restjes wijn naar binnen gegoten.

Onvergetelijk!