Browsing Tag

moeder

Gedicht

Vandaag zou mijn moeder 90 jaar geworden zijn. Gedicht ‘zonder moeder’

16 juni 2015
gedicht 'zonder moeder'

zonder moeder

op het zwarte vest
tref ik nog
je tedere grijze haren

ik laat ze

met je laatste maaltijd
bevlekte je je doodskleed

ik laat je los
ik pak je vast
je gezicht als was het van was

ik streel je arm
zepig, vettig
al
stervende in het versterven
nog voor de laatste
dunne zucht

je gebroken ogen geloken
krijgen een betekenis
verdwenen hun diepten
stuitend op troebel grijs

naast je
liet je me verweesd achter

Vandaag zou mijn moeder 90 geworden zijn

Rome 2010

Een jaar geleden was je er nog: http://de50plusmeisjes.nl/demente-moeder-wordt-verzorgd-in-verpleeghuis/

Mindstyle & Lifestyle Persoonlijk & Intiem

It takes a village to raise a child

13 juni 2015

eergisteren

Eergisteren was niet alleen de dag dat ik 57 werd. Eergisteren was ook de dag dat mijn dochter haar gymnasiumdiploma binnensleepte.

Eergisteren zette ik een streep onder het moeder zijn van een kind op de middelbare school. Dat geeft een gevoel van voldoening (en ook een beetje van weemoed, maar dat wil ik nu even laten voor wat het is, want daar heb ik het al zo vaak over (lees mijn blog: de 50plus blues).

Mijn kleine meisje stapt een drempel over. Na de middelbare school zal ze nu nog meer haar eigen weg gaan. Zo moet dat ook.

verlangen naar een tweede

Onvermijdelijk waren de afgelopen dagen ook dagen van terugkijken. Als 50plusmeisje word ik daarin steeds bedrevener.

Toen ik 18 jaar geleden als BOM (bewust ongehuwde moeder/tegenwoordig BAM bewust alleenstaande moeder) voor de tweede keer aan het avontuur van het moederschap begon, liep ik tegen de 40. Bij de geboorte van mijn eerste kind was ik net 30. Tussen de geboorte van de eerste en de tweede lagen zeven tropenjaren. Opvoeden bleek een slopende bezigheid. Mijn zoon was geen makkelijk ventje. De eerste twee jaar huilde hij (in mijn herinnering) aan een stuk door. Vooral ’s nachts.  Dat wakker worden, tot wel zes keer per nacht, deed me behoorlijk de das om die eerste jaren.

Ook daarna ging niet alles van een leien dakje. Hij was niet erg gecharmeerd van gezag, moeilijk in het gareel te houden en ook geen ster in het zichzelf vermaken. Zeker weten ‘a handful’ (lees mijn blog: zoon afgestudeerd als acteur de toekomst tegemoet).

Waar kwam dan toch dat verlangen naar een tweede vandaan? Sterk leefde bij mij de vraag of dit het nu was, het moederschap. Dit geploeter met mijn zoon. 

mijn moederschap onder het fileermes

it takes a village to raise a child

Ik voerde dagelijks een innerlijke strijd over de juiste pedagogiek. Straffen of belonen? Blijven uitleggen of op de vraag “waarom” ook eens gewoon een kortaf “daarom” antwoorden? En vervolgens was er dan het dilemma of je tactieken kon afwisselen of juist consequent voor één methode moest kiezen. Ik leed zwaar onder deze keuzestress. Ik wilde het zo graag goed doen. 

En dan waren er natuurlijk ook de keren dat ik mijn geduld verloor, dat ik zo boos werd dat ik ging schreeuwen, dat ik soms ook sloeg. Dat kwam mijn moeder-zelfbeeld niet ten goede. Ik werd gekweld door schuldgevoel en vooral door de schuldvraag. Lag het aan mij? Kwam het doordat zoonlief geen doorsnee mannetje was? Of lag de oorzaak in de combinatie van onze karakters? Bij de keuze voor een tweede kind speelde zeker mee, dat ik hoopte proefondervindelijk een antwoord te krijgen op vragen als: zou een tweede kind opvoeden mij makkelijker afgaan? Zou ik voor een tweede kind een ‘betere’ moeder zijn? 

Ondertussen tikte ook de biologische klok onverstoorbaar door. Gaf dat de doorslag?

verlangen naar het moederschap

Al heel jong had ik een sterk verlangen naar het moederschap (lees mijn blog: 56 jaar vandaag). Vroeg men mij wat ik wilde worden dan antwoordde ik steevast: “moeder” (de eerlijkheid gebied dat ik er in een adem aan toevoegde: “en advocaat”). Jarenlang was poppenmoedertje spelen mijn favoriete tijdverdrijf. In mijn kamertje prijkten een wieg met geblokte gordijntjes (de favoriete slaapplek van poes Mickey), een rieten poppenbedje en een houten kinderstoel. Ik had veel poppen en poppenkleertjes en -schoentjes. Een grote mand lag vol met accessoires zoals flesjes, bordjes, lepeltjes en vorkjes. In mijn fantasie was ik moeder van een groot gezin. Mijn poppen waren mijn kinderen. Als ze ruzie maakten, werden ze in de hoek gezet. Als ze huilden, werden ze getroost. Als ze honger hadden, kregen ze de borst of de fles.  

Ik had een grote levensechte pop die op eigen benen kon staan; een pop die mamma zei, als je aan een touwtje op haar rug trok; een pop met een speen; een pop met een duim in de mond en een pop met een flesje. Ik had poppen met blonde haren en met zwarte haren. Ik had zelfs een negerpop. Het was een baby-plaspop met een piemeltje. Als je er van boven iets vloeibaars instopte, stroomde dat er tussen zijn beentjes weer uit. Ik voerde die pop van alles. Sinaasappelsap met vruchtvlees (want gezond), in thee gesopte koekjes, geprakte aardappel; wat er maar door de kleine ronde opening in zijn mondje gepropt kon worden, verdween naar binnen. Totdat de stank van beschimmeld voedsel mijn moeder alarmeerde en zij de pop moest onthoofden voor een grondige inwendige reinigingsbeurt.

Mijn poppen stonden op een plank boven mijn bed. Elke avond koos ik er een, die bij me mocht slapen.

Mijn kinderfantasie zal vast ook een rol hebben gespeeld in mijn wens om nogmaals moeder te worden. En….ik wilde ook zo graag nog een meisje.

Waren het voornamelijk egocentrische redenen? Was het instinctieve voortplantingsdrang? Ik weet het niet. Feit is dat ik in 1996 weer zwanger was.

En ja…het werd een meisje. En ja…het was een rustig, lief en meegaand kind. En ja…dan is er wel weer iets anders waar je tegenaan loopt.

tropenjaar

Zo was het afgelopen jaar een tropenjaar. Het was me een jaar van jewelste. Niet alleen omdat het een eindexamenjaar was. Er speelden ook heftige ‘externe omstandigheden’ mee. Daar heb je als moeder geen vat op. Het was een jaar, waarin wij als gezin en mijn dochter in het bijzonder afscheid moesten nemen van een aantal dierbaren.

De dood is onherroepelijk. Je hebt geen invloed op dat naakte feit. Je hebt wel invloed op hoe je ermee omgaat.

Je moet ruimte geven aan het verdriet. Je moet tijd nemen voor rouwen en verwerken. Ik moest zelf verwerken. Maar ook mijn kinderen en vooral mijn dochter moesten verwerken. Ondertussen gaat het leven gewoon door. Hoe bewaar je daarin het evenwicht?

Ik stond dit jaar wederom voor (soms duivelse) dilemma’s over dagelijkse dingetjes. Steeds moest ik afwegingen maken, beslissingen nemen. Heel veel keren zag ik mijn dochter dit jaar wegzakken in somberheid. Wat was ze wit, zo in en in bleek. Wat zag ze er moe uit, met donkere kringen onder haar ogen. ‘ s Ochtends zat ik gespannen aan de ontbijttafel. Hoe zou ze naar beneden komen? Zou ik haar een dagje thuis houden of ‘gewoon’ naar school laten gaan? 

Ondertussen zette ik mijn eigen gevoelens maar even in de ijskast. 

it takes a village to raise a child

Gelukkig stond ik er niet alleen voor. Echtgenoot B. en ik deelden lief en leed en -heel belangrijk- meestal zaten we ‘op een lijn’. Op school was er die wijze en warme, maar ook praktische en realistische mentor. Ze was een steun en toeverlaat voor onze dochter en voor ons. Op de dagen dat ik naar school belde om mijn dochter ziek te melden, kreeg ik de meest fantastische conciërge aan de lijn. Een conciërge die de leerlingen kent, die weet wat hen beweegt en wat er speelt. Die een bemoedigend woord heeft en oprecht ‘sterkte’ wenst. En dan was er nog José van wie wij professionele hulp kregen. Letterlijk en figuurlijk een éminence grise. Wij waren de laatste ‘casus’ voor haar pensionering. Haar rust en betrokkenheid waren fenomenaal en we mochten de vruchten plukken van jarenlange ervaring.

Last but not least stonden onze vrienden en naaste familieleden in een beschermende kring om ons heen.

It takes a village to raise a child. Ik prijs me gelukkig dat ik het afgelopen jaar in een village mocht wonen.

It takes a village to raise a child

Eindexamenuitslag. School, een veilige haven.

Heldinnen & Other Animals Mindstyle & Lifestyle

Levenslessen van mijn kapper en zijn zoektocht naar bezinning

3 mei 2015

Een vrouw en haar kapper

Een vrouw kan een heel speciale band hebben met haar kapper. Met goed haar (en het juiste ondergoed!) kun je als vrouw tenslotte de hele wereld (beter) aan.

Hoe vaak lees je in ‘de bladen’  niet over de bijzondere band tussen sterren en hun kapper. Zo spreekt Leco van Zadelhoff over “Estelle, Leontien, Liza, Sylvana, Victoria en Carolien” als “zijn beste vriendinnen”.

De kapper heeft allerlei technieken tot zijn beschikking. Hij kan je een ‘blunt cut’  geven. Je haar wordt dan kaarsrecht op één lijn geknipt. Of hij doet het tegenovergestelde en knipt je haar in laagjes. Als finishing touch kan hij nog wat effileren voor meer volume. Dan wordt je haar hier en daar wat uitgedund met een speciale effileerschaar met tanden. Of hij kiest voor slicen. Dan knipt hij niet, maar snijdt hij het haar met een schaar of een mesje.

Vertrouwen

Een vrouw wil vertrouwen hebben in haar kapper. Vertrouwen in zijn/haar adviezen over lengte, coupe en kleur.

Als je de kapperszaak uitloopt moet je je stralend voelen. En als je haar dan ook de volgende dag nog goed zit, nou, dan heb je je kapper gevonden.

Zo ook ik. Al jaren kom ik bij R. Afhankelijk van het seizoen (en soms van een bijzondere gelegenheid waar ik heen moet) knipt hij het korter of langer, krijg ik high-  of lowlights of steekt hij het op onnavolgbare wijze voor me op.

Thuis gekomen krijg ik dan de nodige complimentjes, want zelfs na een fietstocht van 20 minuten met straffe wind tegen zit het nog goed.

Was het maar elke dag zo’n feest.

levenslessen bij de kapper

na 20 minuten fietsen nog perfect in model

Zelfvertrouwen

Als je van de kapper komt, moet je zelfvertrouwen een flinke boost hebben gekregen. Vind ik.

Als ik bij R. de salon uit loop voel me altijd knapper, eleganter en jonger dan toen ik er binnen ging. Wat een lekker gevoel is dat toch.

Als je haar maar goed zit

Tot een jaar of 30 ging ik niet of nauwelijks naar de kapper. Mijn haar was halflang en golvend en ik hoefde er weinig aan te doen. Los of opgestoken, het zat eigenlijk altijd wel goed. Ik kon ook zo met nat haar de deur uit. De fiets was mijn föhn. Door de wind gedroogd zat het fantastisch.

En…..er was nog geen grijze haar te bekennen.

Maar ja, dat verandert. Grijs haar staat me niet. Vind ik. Dus zit ik vast aan elke zes weken verven.

Eerst deed ik dat zelf, maar nu doet R. dat voor me. Gecombineerd met wassen, knippen, föhnen.

Vat vol levenswijsheden

R. is een fantastische kapper. Niet alleen omdat hij kan knippen als geen ander. Hij is ook een vat vol levenswijsheden. Zijn Limburgse tongval zet zijn uitspraken extra kracht bij. Zo ook zijn persoonlijke intonatie, die ik uit duizenden zou herkennen. Zijn zinnen eindigen steevast een octaaf of wat hoger dan ze beginnen. Of worden vragend uitgesproken.

R. heeft ook een bijzondere en karakteristieke motoriek. Zijn bewegingen zijn wat schokkerig, wat zijn knipvaardigheid overigens geenszins belemmerd. Aan het eind van een betoog blijft de hand met de schaar altijd even in de lucht zweven. De schouders opgetrokken, het hoofd schuin, de ogen vragend „ja, toch, zo is het toch”. En dat meestal gecombineerd met een voorzichtig lachje en stralende ogen.

Mijn kapper is een strijdbare persoon, die vaak in de clinch ligt met logge organisaties en instanties. Ik zit al heel wat jaren regelmatig bij hem in de kappersstoel en ik heb gezien hoe hij streed als Don Quichot tegen de windmolens. Erg gelukkig werd hij daar niet van. Dat besefte hij zelf als geen ander en op een gegeven moment heeft hij besloten dat daar verandering in moest komen. Tegenwoordig windt hij zich niet meer op over bureaucratische muren waar hij toch niet doorheen komt.

Ik heb bewondering voor hem. Het vereist niet alleen zelfkennis, maar ook kracht om de scherpe kantjes van je eigen aard bij te kunnen vijlen.

Elke keer als hij mijn haar onder handen neemt, leer ik van hem.

Moeder

Mijn vorige bezoek aan R. was intenser dan anders. Zijn moeder was overleden en de dag ervoor gecremeerd.

R. overhandigde mij een door haar geschreven brief. Ze wist dat het einde naderde en ze had de brief geschreven om zich postuum nog een laatste keer te kunnen verstaan met haar „lieve familie, vrienden en kennissen”. Het epistel werd na de crematie (die in kleine kring plaatsvond) toegezonden aan al degenen die haar kenden.

Zo bijzonder dat ik, als buitenstaander, deze laatste woorden nu kon lezen. Het gaf een intieme inkijk in het leven van iemand die ik nooit heb gekend.

Dat ze bijna heel haar leven ziek was geweest en veel pijn had gehad wist ik al uit de verhalen van haar zoon. We spraken daarover tijdens het verven, wassen, knippen en föhnen. We spraken over de dood, over haar aangekondigde dood.

Ik heb jarenlang op een begraafplaats en crematorium gewerkt. Daardoor spreken mensen met mij makkelijker over de dood dan met anderen. Hoewel dat misschien juist niet voor R. geldt. Hij spreekt sowieso uitzonderlijk vrij over alles wat hij heeft meegemaakt en wat hem bezighoudt.

Champagne

Vandaag schonk R. champagne. We dronken op zijn moeder.

Hij deelde zijn ervaringen en gevoelens van de afgelopen week. Hij prees de liefde die hij voelde voor zijn vak. Dat had hem erdoorheen gesleept, die dagen tussen overlijden en begrafenis.

Hij werd geboren in het diepe zuiden van ons land. Daar woonde zijn moeder. Daar overleed zijn moeder. Er was een grote fysieke afstand tussen hen. Na haar overlijden reisde hij niet af naar Limburg, maar hij bleef thuis en aan het werk. Tot de crematie dus.

Hij had veel kunnen delen met zijn vaste klanten. Want zo’n kapper is hij dus. Een kapper waar je een band mee krijgt. Die je kust als je binnenkomt. Een kapper waar je een beetje van gaat houden.

En nu dronken we champagne. Op zijn moeder. Hij was niet verdrietig. Eerder opgelucht. Blij. Voor haar. Omdat ze uit haar lijden was verlost.

Maar ook omdat hij gelovig is. Met stralende ogen zei hij „wat is er nu mooier dan….”.
In die blik, in het afbreken van de zin, in de stilte die volgde, lag zijn hele geloof besloten.

Wat is er nu mooier dan het aardse bestaan om te kunnen wisselen voor het hemelse.

Bezinning

De dag voor de crematie liep hij langs een van de imposantste kerken van Den Haag. Hij ging naar binnen voor bezinning. Dat was het woord dat hij gebruikte “bezinning”.

Er bleek een mis gaande. De schrik sloeg hem even om het hart. Een mis midden op de dag. Was hij misschien in een uitvaartdienst beland?

Er zaten mensen op de voorste rij. Dat deed hem aarzelen om naar voren te lopen, naar het altaar. Maar hij deed het toch „om zo dicht mogelijk bij Jezus te zijn”. Zo zei hij dat. Waarna hij eraan toevoegde: „ja toch”.

Ter communie ging hij niet. Integendeel. Dat en de aanwezigheid van andere mensen was voor hem aanleiding om de kerk “uit te vluchtten”.

Zonder mensen

Een lege en stille kerk als ideale plek om even alleen en onthecht te zijn.

De juiste plek voor bezinning, maar dan wel zonder mensen.

Dat geld vast voor meer hedendaagse bezinningzoekers.

Persoonlijk & Intiem

Zonder vader, zonder moeder. Afscheid en officieel wees.

8 september 2014
je stierf 14 augustus jl.
wat heb je geleden
ging de demente ziel ten onder
of hemelwaarts?
mijn moeder

soms was er een lach

zonder vader, zonder moeder

Mijn vader stierf 17 maart 1996. Mijn moeder 14 augustus 2014.

Nu ben ik officieel wees.

Geen vader. Geen moeder.

Net terug van een excursie naar de Noordkaap las ik het bericht van mijn broer: „Het gaat niet goed met mamma”. Het waren verwarde berichten over niet meer eten en sondevoeding. De arts van het verpleeghuis bracht duidelijkheid. Plotseling was haar slikfunctie uitgevallen. Ze kon niet meer eten en niet meer drinken. Van sondevoeding was geen sprake. Waarom? Die slikfunctie kwam toch nooit meer terug.

het bespoedigen van het einde

Diepgaand en gedetailleerd hadden we de laatste maanden al gesproken over het „bespoedigen van het einde”. Tijdens die gesprekken overviel me een gevoel van ‚uittreden’. Ik was aanwezig, maar tegelijk ook niet. Een rationeel gesprek voeren over hoe mijn moeder zo snel mogelijk kon sterven: hoe vervreemdend is dat.

Wat waren de opties?
Mocht ze haar heup breken dan niet opereren. Als je diep in de tachtig bent ga je kennelijk dood aan een gebroken heup. Bij een gebroken pols is dat niet het geval. Dan wel behandelen dus. Maar in geval van longontsteking dan weer geen antibiotica.

pimpelpaars

Mamma viel vaak. Regelmatig troffen we haar aan met een beschadigd voorhoofd als gevolg van een val. Altijd aan de rechter kant. Boven de wenkbrauw. Daar lag kennelijk haar zwaartepunt. Opgezet, pimpelpaars, langzaam verkleurend naar lichtgeel. Nog voor de normale huidskleur was teruggekeerd, was ze vaak alweer gevallen.

De rollator voegde niet veel toe. Ze kon moeilijk de goede houding vinden. Je staat er niet bij stil, maar het vergt de nodige coördinatie om rechtop en even snel te lopen als de rollator zich op de wielen voortbeweegt. Steeds was de rollator haar te snel af en draafde ze er voorovergebogen achteraan.

bewegen

De laatste paar maanden liep ze steeds minder. Opeens wist ze niet meer dat ze de ene voet voor de andere moest zetten om voort te bewegen. Ze zat steeds vaker in een rolstoel.

Wat ging dat snel. December 2011/januari 2012 ging ze nog met ons mee naar Rome. We waren met 11 man, waaronder 7 pubers. De leeftijd varieerde van 12 tot 86. We hadden er een dagtaak aan om haar bij te houden. Ze liep als een kieviet en ook trappen lopen ging haar prima af. Praten kon ze toen al jaren niet meer.

Steeds vaker stagneerde een beweging. Of kwam gewoon niet meer op gang. Een kopje thee op weg naar haar mond bleef halverwege steken. Het hing doelloos in de lucht. Ze kon ernaar kijken met een blik van: hè, wat doet dat kopje daar ineens?

Ze zakte langzaam in elkaar, richting foetushouding. Een paar dagen voor we op vakantie gingen, kreeg ze een andere rolstoel. Eéntje met een kiep functie. Door de stoel naar achtereen te kantelen, zakte mamma minder naar voren.

slikken

Maandag 4 augustus kreeg ze zittend in die stoel nog voedsel. De dag erna lag ze in bed en kon ze nog mondjesmaat een en ander binnen krijgen. Daarna was het gedaan, zeiden ze. Als de verzorgers haar iets toedienden, een beetje yoghurt of appelmoes -dat is makkelijker slikken dan water, vertelde men mij- dan bleef het steken in haar mond. De reflex van doorslikken was verdwenen.

Nog één maal lukte het haar toch. Een paar dagen na mijn terugkeer uit Noorwegen zat ik naast haar bed en maakte ik haar lippen nat. Ik bemerkte een sterke gretigheid naar vocht. Als ik met het spons-stokje, de ’swab’ haar mond naderde, deed ze die verlangend wagenwijd open. Ze lag met haar hoofd enigszins naar opzij gedraaid. Met een lepeltje druppelde ik wat water in haar mondholte. In haar wang verzamelde zich een piepklein plasje, dat ze vervolgens geconcentreerd met veel moeite doorslikte. Als een kind zo blij was ik. Wat moest ze een dorst hebben. Wat moesten die paar druppeltjes haar veel verlichting geven. De volgende dag probeerde ik het hoopvol opnieuw, maar het ging niet meer. Meteen bij het eerste druppeltje verslikte ze zich. Ze kreeg het echt niet voor elkaar om het zo begeerde vocht door te slikken.

het einde nadert

Tja, net terug van een bezoek aan dat uiterste puntje van Europa krijg je dan toch het bericht „het gaat niet goed met je moeder”. Het einde is nabij. Hoe lang het zou duren kon de arts mij niet vertellen. Een paar dagen, hooguit twee weken. Ik moest terug naar Nederland en wel zo snel mogelijk. Als een machine, gevoed door een mix van angst en adrenaline, ging ik meticuleus te werk. Een paar noodzakelijke zaken pakte ik in. Tandenborstel, schone onderbroek, telefoonoplader. De volgende ochtend kon ik om 8.33 uur via Vadsø naar Tromsø vliegen. Vandaar naar Oslo en via Kopenhagen naar Amsterdam. Met de trein van Schiphol naar Den Haag, waarna de taxi me donderdag 7 augustus om 20.45 uur voor de deur van het verpleeghuis afzette.

afscheid

Ze was toen nog bij bewustzijn. Vanuit haar schemerwereld richtte ze haar blik op mij. Ze zag me en huilde. Haar tranen vermengden zich met de mijne. De verzorgers waren verbaasd. Al dagen had ze nergens meer op gereageerd. Ik voelde trots. Trots dat ik, haar dochter, nog wel toegang tot haar had.

Die nacht sliep ik naast haar. Rustig en diep, het ritme herhalend van haar ademhaling.
Nog zes dagen zat ik aan haar bed. Comfortabel in haar oude-van-dagen stoel met voetenbankje.

Zoon B. kwam uit Frankrijk en arriveerde zondagochtend. Echtgenoot B. en dochter A. deden er vier dagen over om met de auto van Noord-Noorwegen via Finland, Zweden en Duitsland naar ons toe te komen. Zij waren er zondagmiddag. Nog reageerde ze. Ze pakte hun handen vast, liet niet meer los. Misschien wist ze niet meer precies wie we waren, maar alleen aan haar naaste familieleden schonk zij haar laatste tekenen van leven.

Ontroerend was haar afscheid van mijn broer, haar zoon. Hij zat naast haar bed toen een stramme vinger langzaam zijn richting op kwam. Hij boog zich naar haar toe en haar vinger ging samen met haar hand en arm om zijn hals. Ze trok zijn hoofd naar haar borst en met alle kracht die ze in zich had drukte ze het hoofd van haar zoon tegen zich aan.

In het diepste beleef je dan het mysterie van familie zijn, van verbondenheid dwars door dementie en wegvallend bewustzijn heen.

Waar is de ziel van de demente mens? Er zitten gaten in de hersenen. Ze zijn verdwenen, kapot. Herstel je na je overlijden in pure vorm? Herstelt je ziel zich van de schade die je opliep door verdriet, teleurstelling, verlaten of afgewezen worden? Blijft ondanks die ervaringen je essentiële IK intact? Ergens op een verborgen plekje waar niets en niemand bij kan? Komt die kern, dat wat jou jou maakt, ongeschonden tevoorschijn na het overlijden? Is sterven de bevrijding van je wezen?

Al vele jaren kijk ik tijdens de noodzakelijke stoelgang naar een prentje dat ik kreeg van een vriendin met de tekst: „de kern van ons wezen is liefde”.

zonder moeder. waar blijft de ziel?

thuis

Bij mij thuis namen we afscheid van haar. Informeel en liefdevol. Voor het laatst was haar omhulsel onder ons. We vierden haar leven.

moeder overleden het afscheid was bij ons thuis

voor de crematie afscheid bij ons thuis

gedicht

zonder moeder

op het zwarte vest
tref ik nog
je tedere grijze haren

ik laat ze

met je laatste maaltijd
bevlekte je je doodskleed

ik laat je los
ik pak je vast
je gezicht als was het van was

ik streel je arm
zepig, vettig
al
stervende in het versterven
nog voor de laatste
dunne zucht

je gebroken ogen geloken
krijgen een betekenis
verdwenen hun diepten
stuitend op troebel grijs

naast je
liet je me verweesd achter

Persoonlijk & Intiem

Dement. Mijn moeder wordt geweldig verzorgd in verpleeghuis.

22 juni 2014
in het verpleeghuis
kantelde het beeld
verzorgers van mijn moeder
wat zijn jullie lief

moeder, echtgenote, dochter

Ik, 56-jarig 50+meisje ben een gelukkig getrouwde werkende moeder met een studerende zoon, een nog thuiswonende puberdochter en een demente moeder.

Herkenbaar?

Deze week is mijn mammie 89 jaar geworden. Ze heeft al jaren afasie.

Geen woord meer mee te wisselen.

Kent ze me nog?

Maandenlang heeft ze hartverscheurend gehuild. Tranen drupten op de vloer.

Tegenwoordig bijna niet meer.

Ik weet eigenlijk niet wat dat met me gedaan heeft. Nog geen plek gegeven?

Ik weet wel dat ik hier niet op voorbereid was.

mama, jij was ook moeder, echtgenote en dochter

Mama zwom elke week. Ze was het oudste lid van de sportschool.

Ging op een debat club en op Engelse conversatieles. En dat terwijl ze ook zonder afasie geen prater was.

Ze verzamelde ordners vol knipsels over gezonde voeding. Over apparaten en preparaten die haar ouderdomshandicaps konden verminderen.

Wat de dokter van de Telegraaf te zeggen had over macula degeneratie of de allerlaatste vernieuwingen op het gebied van gehoortoestellen: mijn moeder was ervan op de hoogte.

in het verpleeghuis

Nu loopt ze krom (nooit gedacht!) en schuifelt wat door de gangen.

Ze heeft een lieve echtgenoot/broer opgedaan in het verpleeghuis.

Wout is nooit ver weg en houdt een oogje op haar.

„Waar ga je met haar naar toe, ik vertrouw je voor geen cent” zegt hij tegen echtgenoot B. als hij met mama richting lift gaat.

Ik loop mijn moeders kamer binnen en daar staat hij in zijn luier met zijn broek op de knieën.

Hij is lief voor haar. Als ik mama terugbreng van weggeweest lichten zijn ogen op.

Hij aait over haar hand. „Liefde voor het leven” zegt hij dan „en misschien wel meer”.

Soms is zij zijn zus, soms zijn overleden vrouw. Maakt niet uit….het is fijn om te zien dat er ook in deze schemerwereld diep menselijk contact kan zijn.

verpleeghuispersoneel: chapeau!

En bijna altijd is Marja er, de verzorgende van „Fresialaantje”.

Mensen zoals Marja en haar collega’s kende ik niet. Ik wordt zo blij van hen.

Een bewoner onder de poep, zij draaien er hun hand niet voor om. Als het moet gewoon twee keer per dag ff onder de douche.

Nog nooit iemand overdag in pyjama gezien.

In de huiskamer met open keuken wordt elke dag vers gekookt.

Met dank aan de bezorgdienst van AH.

gedicht

mama

mijn hoofd in je schoot
over je schouder, gezicht in je nek
transpiratielucht van fris en jong en energiek

wat ben je lief
wat ben je mooi
iedereen kijkt naar je

ik hef mijn hoofd
kijk naar je omhoog

oneindige gang met murmelende wezens
handen wrijven langs de wand
spruitjeslucht is er heilig bij

in je kamer
komt me tegemoet

daardoorheen breekt bleek
fris en jong en energiek

Heldinnen & Other Animals

Mijn demente moeder wordt geweldig verzorgd in verpleeghuis

22 juni 2014
in het verpleeghuis
kantelde het beeld
verzorgers van mijn moeder
wat zijn jullie lief

moeder, echtgenote, dochter

Ik, 56-jarig 50plusmeisje, ben een gelukkig getrouwde werkende moeder met een studerende zoon, een nog thuiswonende puberdochter en een demente moeder.

Herkenbaar?

Deze week is mijn mammie 89 jaar geworden. Ze heeft al jaren afasie.

Geen woord meer mee te wisselen.

Kent ze me nog?

Maandenlang heeft ze hartverscheurend gehuild. Tranen drupten op de vloer.

Tegenwoordig bijna niet meer.

Ik weet eigenlijk niet wat dat met me gedaan heeft. Nog geen plek gegeven?

Ik weet wel dat ik hier niet op voorbereid was.

mama, jij was ook moeder, echtgenote en dochter

Mama zwom elke week. Ze was het oudste lid van de sportschool.

Ging op een debat club en op Engelse conversatieles. En dat terwijl ze ook zonder afasie geen prater was.

Ze verzamelde ordners vol knipsels over gezonde voeding. Over apparaten en preparaten die haar ouderdomshandicaps konden verminderen.

Wat de dokter van de Telegraaf te zeggen had over macula degeneratie of de allerlaatste vernieuwingen op het gebied van gehoortoestellen: mijn moeder was ervan op de hoogte.

mijn demente moeder wordt nu verzorgd in een verpleeghuis

Nu loopt ze krom (nooit gedacht!) en schuifelt wat door de gangen.

Ze heeft een lieve echtgenoot/broer opgedaan in het verpleeghuis.

Wout is nooit ver weg en houdt een oogje op haar.

„Waar ga je met haar naar toe, ik vertrouw je voor geen cent” zegt hij tegen echtgenoot B. als hij met mama richting lift gaat.

Ik loop mijn moeders kamer binnen en daar staat hij in zijn luier met zijn broek op de knieën.

Hij is lief voor haar. Als ik mama terugbreng van weggeweest lichten zijn ogen op.

Hij aait over haar hand. „Liefde voor het leven” zegt hij dan „en misschien wel meer”.

Soms is zij zijn zus, soms zijn overleden vrouw. Maakt niet uit….het is fijn om te zien dat er ook in deze schemerwereld diep menselijk contact kan zijn.

verpleeghuispersoneel: chapeau!

En bijna altijd is Marja er, de verzorgende van „Fresialaantje”.

Mensen zoals Marja en haar collega’s kende ik niet. Ik wordt zo blij van hen.

Een bewoner onder de poep, zij draaien er hun hand niet voor om. Als het moet gewoon twee keer per dag ff onder de douche.

Nog nooit iemand overdag in pyjama gezien.

In de huiskamer met open keuken wordt elke dag vers gekookt.

Met dank aan de bezorgdienst van AH.

Link

Verpleeghuis Hoge Veld: http://www.wzh.nl/hogeveld?gclid=CNOCldikjb8CFUMUwwodFQ8AvQ

Gedicht

mama

mijn hoofd in je schoot
over je schouder, gezicht in je nek
transpiratielucht van fris en jong en energiek

wat ben je lief
wat ben je mooi
iedereen kijkt naar je

ik hef mijn hoofd, kijk naar je omhoog

oneindige gang met murmelende wezens
handen wrijven langs de wand
spruitjeslucht is er heilig bij

in je kamer
komt me tegemoet

daardoorheen breekt bleek
fris en jong en energiek

Gedicht Persoonlijk & Intiem

56 jaar vandaag. Wel moeder. Nog geen oma.

15 juni 2014
oma worden en zijn
een lief hummeltje in je armen
met handjes en voetjes zo klein

56 jaar

Deze week ben ik 56 jaar geworden. Een 55plusmeisje ben ik nu.

Aan de andere kant van de 55. Op naar de 60.

kleinkinderen

Een zin uit een populair gedichtje voor 60-jarigen luidt: „Toen je een kind was, vond je dat vast een leeftijd die bij oma’s past”.

Officieel ben ik geen oma, maar echtgenoot B. heeft maar liefst vier kleinkinderen. Een beetje oma ben ik dus wel.

En ja hoor, mijn mooiste verjaardagscadeau was toch echt de brief van het jongste kleinkind van negen. De dag voor mijn verjaardag geschreven en ingepakt met de opdracht „morgen pas openen”.

Omdat ik geen ontbijt op bed kreeg (dat is voorbehouden aan moederdag) en zoals gewoonlijk het vroegst op was, had ik alle aandacht voor het openen van dit speciale cadeau. Eerst het nog ingepakte epistel op tafel gelegd, daarna een kopje thee gezet en vervolgens het pakketje geopend en gelezen. Je schiet dan toch vol op zo’n moment.

brief van kleinkind op de dag dat ik 56 jaar werd

De ochtend dat ik 40 werd lag ik in mijn bedje dat heugelijke feit te overdenken en vroeg mijzelf in alle ernst af „wat zou je nu nog echt willen in je leven”. Het eerste wat in me op kwam was: „oma worden”.

moeder

Zolang ik me kan herinneren wilde ik moeder worden. Dat verlangen was sterk. Het gebrek aan een vaste partner was voor mij dan ook geen beletsel om tot daden over te gaan.

Ik werd een BOM: een bewust ongehuwde moeder. Zo heette dat 25 jaar geleden. Tegenwoordig noemen we dit fenomeen BAM: bewust alleenstaand, want wie trouwt er nog.

Ik kreeg een prachtige zoon en acht jaar later een dochtertje via dezelfde ‘constructie’. Ze zijn volbloed broer en zus.

oma

Ik hoop dat ze een beetje opschieten met het produceren van nageslacht. Dan is er kans dat ik nog bij de pinken ben voor de eventuele kleinkinderen. Zoonlief wordt in juli 25 dus ik zou zeggen: go ahead lieve schat. Hij studeert dit jaar af als acteur. Met dat beroep en het huidige cultuurbeleid ligt een vast inkomen niet in het nabije verschiet. Daar hoeft hij dus niet op te wachten. Dan maar wat minder te makken.

bubblewrap children

Het kan sowieso geen kwaad om al die materiële overvloed waar kids tegenwoordig onder worden bedolven een beetje in te perken. Met een pannetje water en wat zand kan je ook keukenprinsesje spelen. Daar heb je geen Little Tikes Super Chef of Kidkraft Vintage Speelgoedkeuken voor nodig en zeker geen supergrote Miele Gourmet International, „met elektronische kookgeluiden”.

Eventuele kleinzoontjes kunnen met oma hamertje tik spelen met stukken hout uit de schuur, een echt hamertje en echte spijkers. Jezelf een keertje op de vingers slaan is reuze leerzaam.

In de media is de laatste tijd aandacht voor ‘bubblewrap children’. Hedendaagse ouders verpakken hun kinderen in figuurlijk bubbeltjesplastic om ze te beschermen tegen vallen en allerlei andere risico’s tijdens het spelen.

Daar ga ik als oma lekker niet aan mee doen.

Maar enfin, zover is het dus nog niet.

En mijn dochter van 17 mag  best nog even wachten.

Links

Niet iedere verjaardag is een feestje: http://www.jarige-job.nl

even nog naar ik hoop

aan de overkant van de heuvel
zal het gras niet groener zijn

heb ik nog tijd van leven
indien geen einde abrupt
als een overval

wordt dor en droog het gras
voor mijn voeten weggemaaid

het verleden verdringt het heden
zwarte gaten tussen grijze stof

als het tegenzit slaan
helpende handen
dood op een stoffig interieur

als het meezit naar ik hoop

slaan helpende handen
liefdevol zich om mij heen

en wordt er niet

in de derde persoon tegen mij gesproken

als het meezit naar ik hoop
blijf ik nog lang mijn eigen nagels lakken
mijn eigen benen scheren

op eigen benen staan

even nog naar ik hoop
blijft mijn ouderdom
een vergezicht

Persoonlijk & Intiem

Jarig. 55plus en op naar de 60. Wel moeder, nog geen oma

15 juni 2014
oma worden en zijn
een lief hummeltje in je armen
met handjes en voetjes zo klein

56 jaar

Deze week ben ik 56 jaar geworden. Een 55plusmeisje ben ik nu.

Aan de andere kant van de 55. Op naar de 60.

kleinkinderen

Een zin uit een populair gedichtje voor 60-jarigen luidt: „Toen je een kind was, vond je dat vast een leeftijd die bij oma’s past”.

Officieel ben ik geen oma, maar echtgenoot B. heeft maar liefst vier kleinkinderen. Een beetje oma ben ik dus wel.

En ja hoor, mijn mooiste verjaardagscadeau was toch echt de brief van het jongste kleinkind van negen. De dag voor mijn verjaardag geschreven en ingepakt met de opdracht „morgen pas openen”.

Omdat ik geen ontbijt op bed kreeg (dat is voorbehouden aan moederdag) en zoals gewoonlijk het vroegst op was, had ik alle aandacht voor het openen van dit speciale cadeau. Eerst het nog ingepakte epistel op tafel gelegd, daarna een kopje thee gezet en vervolgens het pakketje geopend en gelezen. Je schiet dan toch vol op zo’n moment.

Jarig. Brief van kleinkind.

Jarig. Brief van kleinkind.

De ochtend dat ik 40 werd lag ik in mijn bedje dat heugelijke feit te overdenken en vroeg mijzelf in alle ernst af „wat zou je nu nog echt willen in je leven”. Het eerste wat in me op kwam was: „oma worden”.

moeder

Zolang ik me kan herinneren wilde ik moeder worden. Dat verlangen was sterk. Het gebrek aan een vaste partner was voor mij dan ook geen beletsel om tot daden over te gaan.

Ik werd een BOM: een bewust ongehuwde moeder. Zo heette dat 25 jaar geleden. Tegenwoordig noemen we dit fenomeen BAM: bewust alleenstaand, want wie trouwt er nog.

Ik kreeg een prachtige zoon en acht jaar later een dochtertje via dezelfde ‘constructie’. Ze zijn volbloed broer en zus.

oma

Ik hoop dat ze een beetje opschieten met het produceren van nageslacht. Dan is er kans dat ik nog bij de pinken ben voor de eventuele kleinkinderen. Zoonlief wordt in juli 25 dus ik zou zeggen: go ahead lieve schat. Hij studeert dit jaar af als acteur. Met dat beroep en het huidige cultuurbeleid ligt een vast inkomen niet in het nabije verschiet. Daar hoeft hij dus niet op te wachten. Dan maar wat minder te makken.

bubblewrap children

Het kan sowieso geen kwaad om al die materiële overvloed waar kids tegenwoordig onder worden bedolven een beetje in te perken. Met een pannetje water en wat zand kan je ook keukenprinsesje spelen. Daar heb je geen Little Tikes Super Chef of Kidkraft Vintage Speelgoedkeuken voor nodig en zeker geen supergrote Miele Gourmet International, „met elektronische kookgeluiden”.

Eventuele kleinzoontjes kunnen met oma hamertje tik spelen met stukken hout uit de schuur, een echt hamertje en echte spijkers. Jezelf een keertje op de vingers slaan is reuze leerzaam.

In de media is de laatste tijd aandacht voor ‘bubblewrap children’. Hedendaagse ouders verpakken hun kinderen in figuurlijk bubbeltjesplastic om ze te beschermen tegen vallen en allerlei andere risico’s tijdens het spelen.

Daar ga ik als oma lekker niet aan mee doen.

Maar enfin, zover is het dus nog niet.

En mijn dochter van 17 mag  best nog even wachten.

Links

Niet iedere verjaardag is een feestje: http://www.jarige-job.nl

Gedicht

even nog naar ik hoop

aan de overkant van de heuvel
zal het gras niet groener zijn

heb ik nog tijd van leven
indien geen einde abrupt
als een overval

wordt dor en droog het gras
voor mijn voeten weggemaaid

het verleden verdringt het heden
zwarte gaten tussen grijze stof

als het tegenzit slaan
helpende handen dood
op een stoffig interieur

als het meezit naar ik hoop
slaan helpende handen
liefdevol zich om mij heen

en wordt er niet
in de derde persoon
tegen mij gesproken

als het meezit naar ik hoop
blijf ik nog lang mijn eigen nagels lakken
mijn eigen benen scheren

op eigen benen staan

even nog naar ik hoop
blijft mijn ouderdom
een vergezicht